Site Loader

‘Het volk’ is geen eenduidige entiteit, en spreekt nooit met één mond. ‘Vertrouwen’ is echter wel een universeel begrip – en als het dat stopt te zijn, verdwijnt het onherroepelijk.
Een beetje beschaafd en verstandig mens doet zijn best om het vertrouwen te behouden, al was het maar om in zijn eigen verstand en beschaving te blijven geloven. Vertrouwen in de democratie, de rechtsstaat en het justitiële apparaat. In de controlerende functie van de media en de beste intenties van de politiek. In de vredelievende idealen van de Europese Unie en de zelfverklaarde uitingsvrijheidsliefde van de culturele sector. Je probeert je te verplaatsen in de opvattingen van de ander, te luisteren naar de argumenten onder hun overtuigingen en te vertrouwen op de redelijkheid onder hun redeneringen.
Een pleidooi tegen referenda is bijvoorbeeld niet per definitie verderfelijk elitair, er zijn voldoende argumenten aan te voeren waarom deze vorm van burgerinspraak niet alle democratische beloftes waar kan maken. Ondanks al haar weef- en uitvoeringsfouten is de politieke eenwording van Europese landen, gezien onze gedeelde (en oorlogszuchtige) geschiedenis, een verstandig streven voor collectieve vrijheid, vrede en welvaart. En nee, je kan als verlichte westerling echt niet louter zwijgend toekijken hoe vluchtelingen verzuipen op de Middellandse Zee, want het is een groeiend demografisch en economisch wereldprobleem dat je niet zomaar oplost met “grenzen dicht!”-retoriek.
Er zit zelfreinigend vermogen in nuances. Primair of emotioneel reageren op zaken die je niet zinnen, is normaal, niet ongezond en zeker niet ‘fout’. Maar zodra je bedaart, moet de bereidheid om een breder perspectief te blijven beschouwen wel de overhand krijgen. Je verzet je tegen permanent wantrouwen omdat wie beter wil zijn dan oorlog, achterdocht en permanente animositeit, zich niet moet verlagen tot de slechtste eigenschappen van je ideologische opponenten. Het is een inspanningsverplichting die bij beschaafd burgerschap hoort, en die ons als samenleving in het klein en als westerse wereld in het groot door de eeuwen heen zo ver heeft gebracht in rijkdom, vooruitgang en vooral individuele vrijheid. Mede dankzij de afweging van de argumenten, de redelijkheid van de rede en het vertrouwen in de wederkerigheid van vertrouwen.
Maar godverdomme, wat wordt die inspanning toch vaak uitgedaagd door degenen aan wie we ons vertrouwen schenken, maar die steeds minder rekenschap af lijken te willen leggen voor hun eigen fouten, voor hun door eigenbelangen vertroebelde handelen en voor door henzelf aangerichte vernieling van vertrouwen. Denk aan een Europese Unie die zich nergens en door niemand laat keren of corrigeren, door nationale politici die hun fouten niet repareren maar met leugenachtige PR pareren, door religieuzen die hun regressie agressief propageren, door kunstculturelen die (morele) vrijheid heel benepen als iets eenzijdigs interpreteren, en door risicomijdende media met beduimelde kaartenbakjes die alle voornoemden in alles assisteren.


Ollongrens aanstootgevende aflaatfestivalletje


Vertrouwen vertrekt als niet alleen de uitslagen van referenda worden genegeerd, maar cruciale informatie over de voorliggende onderwerpen wordt verzwegen voor het volk, en daarna ook nog het middel zelf wordt afgeschaft als de uitslagen de Haagse dames en heren niet bevallen. Dag democratische inspraak, die door een hooghartig hypocriete minister wordt ingewisseld voor een ronduit aanstootgevend aflaatfestivalletje van een miljoen, dat met tot juichen verplichte ambtenaren moet worden gevuld om het vol te krijgen, en waar de ineens weer onvermijdelijk geworden Diederik Samsom opduikt om onheilspreken te houden over de ondergang van de aarde, tenzij je zijn politiek gepatenteerde spouwmuurisolatie afneemt en zonnepanelen van de Firma Nijpels & Trawanten op je dak vouwt – als je als burger zó geschoffeerd en gekleineerd wordt, hoe kun je dan nog vertrouwen op de luisterbereidheid en het zelfreinigende vermogen van de politieke vertegenwoordiging?
Evenzeer kost het groeiende moeite om vertrouwen te houden in een rechtsstaat, die de samenleving niet voldoende lijkt te willen beschermen tegen tuig en tbs’ers, en die liegt, doofpot en verdraait als “verwarde mannen” naar lange messen grijpen om de eer van hun geloof met geweld te verdedigen, of hun hoge suikerspiegel op een vol stationsplein afreageren in een paarse Peugeot. Wat ook niet helpt is als die rechterlijke macht zich specifiek uitlaat over wie wel en vooral niet geschikt zijn als rechtsprekers (geen PVV’ers, uiteraard, aan wie een bepaalde mate van maatschappelijke empathie wordt ontzegd). Hoe kun je blijven vertrouwen op de blindheid van Vrouwe Justitia, als de rechtspraak in toenemende mate van daders, slachtoffers maakt en daar bovenop zichzelf politiseert?


Waarom is het Wildersproces nog niet nietig verklaard?


Over politisering van het recht gesproken: nog veel fnuikender voor het vertrouwen is hoe regeringspartij VVD zich met het Openbaar Ministerie bemoeide om vervolging van Geert Wilders af te dwingen, voor uitspraken die (volgens nota bene het OM zelf) niet strafbaar genoeg geacht werden voor een veroordeling. Dodelijk voor het vertrouwen – zeker nu de zaak ondanks deze onthullingen niet onmiddellijk nietig is verklaard.
Daarin schuilt een vertrouwensprobleem met een geheel eigen zwaartekracht. Degenen die door ons worden aangewezen en aangesteld om de instituties te bewaken waar onze samenleving op steunt, beschamen niet alleen steeds vaker het volksvertrouwen, ze weigeren ook steeds opzichtiger om hun fouten te erkennen en recht te zetten. Waarom is het Wildersproces niet onmiddellijk geseponeerd, en de aanklacht nietig verklaard, nu openlijk bekend is dat VVD en OM onder één hoedje speelden om een “voor de voeten lopend” oppositielid kalt zu stellen?
Waarom grijpt D’66 twee keurig georganiseerde en goed verlopen referenda niet aan om het inspraakmiddel te verbeteren, temeer omdat een meerderheid van de kiezer het referendum wil behouden en ook de ‘eigen’ politieke commissie Remkes een dwingende aanbeveling in die richting deed? Waarom belooft de EU een eerder gemaakte fout met die Spitzenkandidatenkolder recht te zetten, om dezelfde ondemocratische misstap nóg eens te maken, en er met nog meer overtuiging van het eigen gelijk inmiddels bijna een genoegen in lijkt te scheppen om haar eigen antidemocratische aard te onderstrepen?
Waarom wordt van de bevolking steeds opnieuw verwacht dat we vertrouwen schenken en betrouwbaar zijn, terwijl we andersom steeds minder hoeven te verwachten van onze door politieke, bestuurlijke, juridische, culturele en journalistieke elites bestierde instituties?


De wederkerigheid van vertrouwen


Vertrouwen gunnen is geen vrijblijvende handreiking, het eist wederkerigheid. Maar degenen aan wie wij onze instituties toevertrouwen, leggen juist steeds vaker wantrouwen jegens individuele burgers aan de dag. Wantrouwen waarin ons geen referendum meer gegund is. Wantrouwen waarmee kritiek op de koers en onvrede over beleid worden omgekat tot (veelal valse) beschuldigingen van ‘populisme’, of erger: xenofobie en racisme, of fascisme zelfs. Institutioneel wantrouwen dat uitgaat van het slechtste in de mens. Wantrouwen dat leidt tot ontelbare wijzende vingers vanuit gesloten bolwerken en collectieven, richting individuele burgers die via mechanismen van schuld en zonde van hun eigen overdreven achterdocht over de islam, hun onredelijke afkeer van de EU en hun schadelijke bijdragen aan de verzieking van het aardse- én opinie-klimaat moeten worden overtuigd, net zolang totdat ze uit angst voor sociale repercussies hun sociale media laten zwijgen en zichzelf naar submissie geselen, gedwee hun ja en amens prevelen, en de voeten kussen van de schmierende elite waarvoor ze door de knieën zijn gegaan.
Met die oneigenlijke pressiemiddelen worden de vrijheid van het woord, de democratie en zelfs (sociale) mobiliteit langzaam ingeperkt, maar als burger word je wel geacht om ondanks alles te blijven vertrouwen in degenen die ons politiek vertegenwoordigen, die onze culturele en morele bakens beweren te bewaken, die ons veilig zouden moeten houden, en die onze vrijheid dienen te garanderen. Wederkerigheid als eenrichtingsverkeer, het past perfect in de nieuwspraak van de postmoderne politieke voorlichter, die in staat is om je er van te overtuigen dat wederkerigheid van vertrouwen inderdaad maar van één kant hoeft te komen – en niet van hen.
De individuele burger betaalt ondertussen nog altijd braaf zijn belasting, verleent netjes voorrang aan rechts, mantelzorgt zich de moeder en zet keurig iedere week de kliko met de wieltjes naar de stoep. Maar zo zeker als het vertrouwen in de instituties zienderogen verdampt, zo verdampt ook langzaam de wil om jezelf ervan te overtuigen dat het allemaal wel meevalt. De vraag is hoe lang, hoe veel mensen, zichzelf de hele tijd voor de gek zullen, kunnen of willen blijven houden.

Share with:


Post Author: Wendy Wen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *