Site Loader
De stoelendans van de schuld

De stoelendans van de schuld

Banken creëren geld uit niets. En toch moet al dit gecreëerde geld aan de banken worden terugbetaald. Al het geld dat de centrale banken in omloop brengen, wordt in omloop gebracht in de vorm van leningen. Dat houdt dus in dat al het geld dat er op de wereld is, bestaat uit schuld. En dat houdt weer in dat, als morgen alle schulden op de hele wereld worden afgelost, er geen geld meer bestaat.

Maar er is nog iets anders aan de hand: zelfs al worden morgen alle schulden op de hele wereld afgelost, bestaat er nog steeds schuld: de verschuldigde rente over de leningen.

De totale schuld van alle mensen op de wereld bij elkaar geteld, aan de banken is dus groter dan de totale hoeveelheid geld die er überhaupt bestaat. Véél groter. Hoe meer geld, hoe meer schuld, hoe meer rente. En omdat rente nou eenmaal per jaar berekend word, wordt ieder jaar het aandeel van de rente in de totale schuld groter.

En nu is er crisis. Er wordt voortdurend geroepen dat we op te grote voet geleefd hebben. Dat we te veel geleend en uitgegeven hebben. Dat wij zelf de schuld hebben aan deze crisis. Niets is minder waar. Het zijn de banken die bepalen hoe groot onze collectieve schuld is.

Omdat al het geld bestaat uit schuld, moet over al het geld rente worden betaald. En die rente moet worden betaald met geld dat dus niet bestaat. Dat is natuurlijk onmogelijk. Om die rente te kunnen betalen moet er steeds meer geld in omloop komen, ook weer in de vorm van leningen, waarover ook weer rente betaald moet worden. Om dat te kunnen doen, moet er dus steeds harder gewerkt worden, en moet er dus steeds meer geproduceerd worden. Moet er dus eindeloze ‘economische groei’ zijn.

Vanaf de tweede wereldoorlog hebben we zowat ieder jaar een paar procent ‘economische groei’ meegemaakt. Dit jaar hebben we te maken met een economische krimp van zo’n 3%. Je zou dan zeggen dat we daarmee de klok simpelweg één of twee jaar terugzetten. Hoe kan het dan dat de situatie nu veel beroerder is dan twee jaar geleden? Toen hadden we geen sterk groeiend aantal werklozen, geen daling van de huizenprijzen, geen crisis.

Het komt omdat continue economische groei noodzakelijk is om de continu groeiende rentelast te kunnen betalen.

Nu zijn er mensen die zeggen: Ja, dan moet je ook maar geen schuld aangaan. Eigen schuld!

Maar of jij als individu schuld hebt of niet, maakt niet uit. Omdat AL het geld uit schuld bestaat, is er altijd iemand die het moet terugbetalen. Ben jij het niet, dan is het iemand anders.

Het werkt als een stoelendans. Er zijn altijd minder stoelen dan deelnemers aan het spel. Er is altijd een verliezer. Je zou kunnen zeggen dat het eigen schuld is van de verliezer omdat hij niet snel genoeg reageerde toen de muziek stopte. Maar zelfs al oefenen alle spelers zich eindeloos in het spel, al worden ze er nog zo goed in, en nog zo snel; er blijft altijd iemand verliezen. En hoeveel verliezers er zijn, wordt bepaald door het aantal stoelen ten opzichte van het aantal deelnemers. Stel dat jij nu kunt bepalen hoeveel stoelen er zijn…….

En dat is precies de macht die de bankiers hebben. Zij zijn het die de regels van het spel bepalen, en die bepalen wanneer de muziek stopt. Zolang ze maar nieuw krediet de wereld inpompen, blijft het spel lopen. Maar zodra de kredietkraan wordt dichtgedraaid, stopt het spel, en moeten de spelers elkaar gaan bevechten om niet tot de verliezers te behoren.

En omdat geld het levenssap is van de wereld, zullen de spelers elkaar naar het leven gaan staan. De machtigste spelers zoals grote bedrijven en overheden zullen de grootste kans hebben op overleving. De kleine spelers, zoals jij en ik zullen met lege handen staan.

Dit hele spel geeft de banken de feitelijke macht over de wereld. Omdat iedereen simpelweg afhankelijk is van geld, en dus van krediet, hebben zij de kaarten in handen. Het zijn de banken die bepalen wie er krediet (dus geld) krijgt en wie niet.

Daarom zijn overheden en regeringen ook totaal afhankelijk van de banken. Iedere overheid of regering moet éérst aan eisen van de banken voldoen, voordat ze zich met de wensen van het volk kan gaan bezighouden. Politiek gaat over belastinggeld en de verdeling daarvan. Maar de eisen van de banken komen eerst. En wat er dan nog aan wisselgeld overblijft (als er iets overblijft) mag ten goede komen aan de bevolking in de vorm van dienstverlening.

Dat verklaart dus waarom we steeds meer belasting moeten betalen en waarom we voor die betaalde belasting steeds minder diensten terugkrijgen.

Maar dit geleidelijke proces gaat de bankiers nog niet snel genoeg. De enorme machtshonger van de banken is nooit te stillen. Ze willen meer macht. En sneller.

Vandaar de crisis. Omdat iedereen afhankelijk gemaakt is van de banken, bepalen die banken of het goed met ons gaat of niet. Als ze veel krediet verlenen, is er veel geld, en zijn we velvarend. Zodra de kredietkraan wordt dichtgedraaid, gaat het slecht met ons en hebben we een crisis.

Maar waarom zouden de banken een crisis willen? Antwoord: omdat de eigenaren van de banken meer macht willen.

Voor de crisis van 1929 bestonder er in VS meer dan 16 duizend verschillende banken. Na de crisis was daarvan nog maar één tiende dus zo’n 1600 banken over. Diegenen die het nu te vertellen hadden over de bancaire wereld, hadden dus hun macht vertienvoudigd.

Het lijkt alsof er wereldwijd vele banken zijn die elkaar beconcurreren, hetgeen een evenwicht in de machtverhoudingen garandeert. Precies volgens de leer van de vrije marktwerking. Maar dat is maar ten dele waar.

Banken zijn eigendom van aandeelhouders. Als je een bank (of elk anders bedrijf met aandeelhouders) beschouwd als een taart, dan zijn de aandeelhouders eigenaar van partjes van die taart, en alle aandeelhouders bij elkaar, bezitten de hele taart. Als je een klein partje bezit, heb je dus niks te vertellen. Je hebt vrijwel geen macht. Maar als je een groot stuk bezit, heb je wel macht. En als je met een klein aantal grote aandeelhouders, bijvoorbeeld een stuk of vijf, meer dan de helft van de aandelen bezit, heb je een meerderheidsbelang en dus alle zeggenschap en dus alle macht.

Als de meerderheidsbelangen van alle banken, in handen van steeds dezelfden zijn, vormen alle banken samen feitelijk één bank. Dan is de bancaire macht gecentraliseerd. En dat proces van centralisatie is wat de machtigste figuren in de bancaire wereld nastreven.

Stel dat je met je clubje van vijf grote aandeelhouders nou een meerderheidsbelang hebt in zowel bank A als bank B. Op een dag kom je bij elkaar om te bespreken hoe je meer macht kunt verkrijgen. Dan zou je het zo kunnen doen:

Stel dat bank A en bank B evenveel waard zijn, laten we zeggen ieder 100 miljard. Je laat bank A concurreren met bank B. Je zorgt ervoor dat bank A, bank B zodanig uitkleedt dat bank B failliet dreigt te gaan. Dat kun je makkelijk doen, want jij bent de baas over beide banken.

Je draait ondertussen de kredietkraan van bank A dicht. Bank A verleent nu geen krediet meer, en bank B kan geen krediet meer verlenen. Er ontstaat een crisis. Een kredietcrisis. Je geeft de schuld aan bank B.

Bank A heeft nu 200 miljard en bank B niks. De spaarders van bank B en de aandeelhouders raken in paniek. Je stapt naar de overheid (die nou eenmaal moet doen wat jij zegt omdat diezelfde overheid totaal afhankelijk is van jouw krediet, zeker in deze crisistijd) en je zegt tegen de minister (laten we hem Wouter noemen): ‘koop bank B voor 50 miljard’!

Wouter verkoopt het idee aan de bevolking door de mensen bang te maken voor de gevolgen van het faillissement van bank B, en zegt dat bank B ‘gered’ moet worden om de crisis te bezweren.

Die 50 miljard wordt opgebracht met belastinggeld. Geld van de burgers dus. In feite worden alle burgers nu kleine aandeelhouders van bank B. Maar zo klein dat ze niets te vertellen hebben. Jij wel. Jij hebt nu 200 miljard in bank A en 50 miljard in B. Samen dus 250 miljard. Officieel is bank B van de overheid, maar die moet toch precies doen wat jij zegt.

Bank B, die nu dus eigendom is van de overheid, is nu kleiner en zwakker dan voorheen en bank A groter en sterker. Je zorgt ervoor dat de sterke bank A zodanig met de zwakkere B concurreert dat B opnieuw op omvallen staat. Je neemt bank B dan over van de overheid voor heel weinig geld, en zeg dat je dit doet uit goedheid. Om de bank te ‘redden’.

Je hebt nu 50 miljard gestolen van de bevolking en de aandeelhouders van bank B (die geen aandelen hadden van bank A) buitenspel gezet waardoor jouw macht sterk gegroeid is. Je macht is verder gecentraliseerd.

En met die grotere macht, beschik je over meer middelen om aandelen van andere banken te kopen en daarmee je macht te vergroten over die andere banken. Je herhaalt de truc nog een paar keer totdat je uiteindelijk de totale zeggenschap hebt over alle banken, en daarmee over alle regeringen en daarmee over de wereld.

Door jouw zeggenschap en dus macht heb je de mogelijkheid om krediet precies zo te doseren, dat overheden alleen nog maar toekomen aan het voldoen aan jouw eisen, en dat daarmee vrijwel alle belastinginkomsten ten goede van jou komen. En dus vrijwel niets meer ten goede van de bevolking. Die bevolking wordt daarmee jouw eigendom, omdat ze alleen maar moet werken om jou te betalen. Precies zo hard als jij bepaalt.

Je bent nu eigenaar van de wereld, en alle mensen zijn jouw slaven.

-Zie de film (47 min.) Money as debt, voor een verhelderend inzicht in het bancaire systeem.

Gepost door Pieter Stuurman

Share with:


Post Author: wolmuis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Inline