Site Loader

Nederland telt minder armen, maar onder 65-plussers daalt hun aantal niet. Vooral de alleroudsten zijn vaak arm.
De alleroudsten in Nederland zijn het vaakst arm. Van de ouderen vanaf 90 jaar leeft zo’n 11 procent onder de armoedegrens. Dat zijn ruim ­negenduizend mensen. Gemeten ­onder alle 65-plussers komt armoede veel minder voor, namelijk bij 3 procent. Dit komt doordat vooral de oudsten veel zorgkosten maken, meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau vandaag in het rapport ­‘Armoede in Kaart 2019’.Kosten van allerlei hulpmiddelen worden niet altijd door verzekeraars vergoed, verklaart Stella Hoff van het SCP, en 90-plussers hebben die relatief vaak nodig. “Denk aan verbandmiddelen, paracetamol en incontinentiemateriaal. Als je al niet veel inkomen hebt, dan komen die kosten extra hard aan.” Het SCP trekt zorgkosten van het inkomen af om tot een berekening van het beschikbare budget te komen.Armoede betekent volgens het SCP te weinig geld hebben ‘voor ­minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen’. Instituut voor budgetvoorlichting Nibud heeft op basis van wetenschappelijk onderzoek een lijst opgesteld met essentiële goederen en hoeveel die minimaal kosten. Iemand is arm wanneer hij of zij niet genoeg budget heeft voor bijvoorbeeld goede voeding of een goede woning. Voor een alleenstaande is dat 1039 euro per maand.

MINDER PENSIOEN OPGEBOUWD

Hoe ouder iemand is, hoe meer zorg nodig zal zijn, zegt Hagar Roijackers van ouderenbond KBO-PCOB. Zorgkosten zijn daardoor vaker hoog voor de oudste leeftijdsgroep en ­tegelijkertijd hebben zij weinig te ­besteden. “AOW is niet altijd toereikend, en zelfs in vergelijking met 85- tot 90-jarigen hebben 90-plussers veel minder vaak een aanvullend pensioen.”De jongste groep gepensioneerden heeft vaker dan ouderen een aanvullend pensioen, vooral doordat tegenwoordig meer vrouwen een baan hebben gehad. “Het percentage 90-jarigen dat onder de armoedegrens leeft, zal in de loop van de tijd steeds lager worden”, denkt Roijackers dan ook. Daar staat een volgende kwetsbare categorie tegenover, de huidige 55- tot 65-jarigen. In de afgelopen tien jaar was het lastig voor hen om een nieuwe baan te vinden na een ontslag. Daardoor bouwden zij ­gemiddeld minder pensioen op.De armoede in Nederland, over ­alle leeftijdscategorieën gemeten, daalt sinds 2013. Toen waren er ruim 1,2 miljoen armen, bij de recentste cijfers uit 2017 ging het om bijna 939.000 mensen, 5,7 procent van de bevolking. Oorzaak voor die ­daling is de economische groei.

OOK VOOR JONGEREN IS HET RISICO OP ARMOEDE GROTER

Maar 65-plussers profiteren niet van het gunstige tij van de economie. Het aantal armen onder hen is stabiel. Ze verliezen koopkracht, omdat zij niet werken en de aanvullende pensioenen al jaren niet stijgen. Daardoor vervallen ze nog niet meteen in armoede, want zelfs een ‘kale’ AOW komt boven de armoedegrens uit. Maar armoede komt wel voor bij ouderen die geen volledige AOW-rechten hebben opgebouwd, bijvoorbeeld doordat ze een periode in het buitenland zaten, en bij ouderen voor wie de zorgkosten zo oplopen, dat ze geen 1039 euro voor basisbehoeften overhouden.Het SCP rekent bewoners van verpleeghuizen bij deze armoedecijfers niet mee. Hoff: “Zij hebben een totaal ander financieel plaatje, omdat hun inkomen bijvoorbeeld naar de instelling gaat en er een zakgeldregeling is.”Ook vermogen als een huis of spaartegoed telt het SCP niet mee. Wel is er in het rapport een hoofdstuk gewijd aan wat de impact van vermogen kan zijn. Het SCP schat in dat de armoedepercentages daardoor ongeveer één procent lager uitkomen. Ook voor de 90-plussers zal het percentage dan lager zijn, denkt Hoff.Niet alleen de oudsten, ook de jongsten hebben een verhoogd risico op armoede. Van alle kinderen tot en met 12 jaar is zo’n 9 procent arm.

Share with:


Post Author: Wendy Wen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Inline